§ 05 · De taal · Spelling

Spelling en Groene Boekje.

De Nederlandse spelling is sinds 1804 officieel vastgelegd en wordt sinds 1980 gezamenlijk beheerd door de Nederlandse Taalunie. Wie bepaalt de regels, op welke principes rusten ze, en hoe kwam de huidige spelling tot stand? Van Siegenbeek tot Woordenlijst.org, met de regels die vandaag gelden.

Kort antwoord

De officiële Nederlandse spelling wordt vastgesteld door de Nederlandse Taalunie, de verdragsorganisatie van Nederland en Vlaanderen (België), met Suriname als geassocieerd lid. De regels en de woordenlijst staan in het Groene Boekje (Woordenlijst Nederlandse Taal) en online op woordenlijst.org, samengesteld door het Instituut voor de Nederlandse Taal. Het basisprincipe is de standaarduitspraak: je schrijft de klanken die je in de verzorgde uitspraak hoort. Dat wordt aangevuld met de gelijkvormigheid (hetzelfde woorddeel zo veel mogelijk op dezelfde manier schrijven: hond met een d vanwege honden) en de etymologie (de herkomst van een woord, zoals de b in ambtenaar). De officiële spelling is verplicht voor de overheid en het onderwijs.

Waarom bestaat er een officiële spelling?

Een taal kan prima zonder vastgelegde spelling: eeuwenlang schreef iedereen het Nederlands zoals hij of zij het zelf meende te horen, met grote verschillen per regio, drukker en schrijver. Een officiële spelling heeft vooral praktische redenen:

  • Eenheid in het taalgebied. Nederland, Vlaanderen en Suriname schrijven hetzelfde Nederlands, ook al verschilt de uitspraak. Eén norm houdt teksten over de grens heen herkenbaar.
  • Onderwijs. Leerlingen en docenten hebben een vast referentiepunt: wat in het Groene Boekje staat, is goed.
  • Overheid en recht. Wetten, besluiten en officiële documenten moeten eenduidig zijn. Daarom schrijft de wet de spelling voor aan overheid en onderwijs.
  • Leesbaarheid en vindbaarheid. Een vaste schrijfwijze maakt teksten sneller leesbaar en woorden terugvindbaar in woordenboeken en zoeksystemen.

Buiten overheid en onderwijs is niemand verplicht de officiële spelling te volgen. Toch doen vrijwel alle uitgeverijen, kranten en bedrijven dat, juist omdat een gedeelde norm handig is.

Wie bepaalt de spelling?

Sinds de oprichting in 1980 is de Nederlandse Taalunie bevoegd voor de officiële spelling. Het Comité van Ministers van de Taalunie stelt de spellingregels en de woordenlijst vast; het Instituut voor de Nederlandse Taal in Leiden stelt de Woordenlijst samen en houdt woordenlijst.org bij.

De Taalunie bepaalt de spelling niet in een juridisch vacuüm. In Nederland geeft de Spellingwet van 15 september 2005 (in werking sinds 22 februari 2006) het Comité van Ministers de bevoegdheid om de spelling vast te stellen; die spelling is verplicht voor de overheid, het onderwijs en de examens. In Vlaanderen regelt het decreet van 19 april 1995 tot vaststelling van de officiële spelling en spraakkunst van de Nederlandse taal hetzelfde; de Vlaamse Regering besloot op 30 juni 2006 dat vanaf 1 augustus 2006 de spellingregels en woordenlijst van de Taalunie gelden. Ook in Suriname, sinds 2004 geassocieerd lid van de Taalunie, geldt het Groene Boekje als norm.

De basisprincipes van de Nederlandse spelling

De officiële Leidraad bij de Woordenlijst noemt drie beginselen. Het eerste is de basis; de andere twee zijn aanvullingen die verklaren waarom de spelling soms afwijkt van wat je hoort.

1. Standaarduitspraak (het basisprincipe)
Je schrijft een woord met de klanken die je hoort in de standaarduitspraak van dat woord. Kat, tafel, bloem en lopen volgen gewoon de uitspraak. Het gaat om verzorgde, algemene uitspraak, niet om een dialect of een regionale variant; zie ook de pagina over uitspraak.
2. Gelijkvormigheid
Hetzelfde woord of woorddeel schrijf je zo veel mogelijk op dezelfde manier, ook als de uitspraak verschilt. Aan het eind van een woord klinkt een d als een t, toch schrijven we hond vanwege honden, en ik heb met een b vanwege hebben. Ook de werkwoordspelling (ik word, hij wordt) rust op dit principe.
3. Etymologie (herkomst)
Soms bepaalt de geschiedenis van een woord de spelling. De ei en de ij klinken in de standaardtaal hetzelfde, maar gaan terug op een vroeger uitspraakverschil; hetzelfde geldt voor au en ou (blauw tegenover koud). Ook stille letters zijn etymologisch: de b in ambt en ambtenaar (ambt is ontstaan als verkorting van ambacht), de h in thans en de w in erwt.

Oudere spellingboeken, en de Grondbeginselen van De Vries en Te Winkel uit 1863, noemen ook een vierde regel: de analogie. Woorden waarvan de spelling niet uit uitspraak, gelijkvormigheid of afleiding volgt, schrijf je naar het voorbeeld van vergelijkbare woorden. In de huidige Leidraad is dat geen afzonderlijk beginsel meer.

Tussen-n en tussen-s

De tussen-n (tussen-e of tussen-en)

Hoor je tussen twee delen van een samenstelling een e-klank (de sjwa), dan moet je kiezen tussen -e- en -en-. De hoofdregel sinds 2005: is het eerste deel een zelfstandig naamwoord met alleen een meervoud op -en, dan schrijf je -en-. Is er geen meervoud op -en, dan schrijf je -e-.

CorrectWaaromVroeger (vóór 1995 of 2005)
pannenkoekmeervoud pannenpannekoek
dennenboom, dennenbomenmeervoud dennendenneboom
kippeneimeervoud kippen—
paardenbloemmeervoud paarden; sinds 2005 geen uitzondering meer voor planten- en dierennamenpaardebloem
zonnestraal, maneschijnuitzondering: eerste deel verwijst naar iets unieks—
apetrots, boordevoluitzondering: eerste deel versterkt de betekenis—
ruggespraak, ellebooguitzondering: versteende samenstelling—

De uitzondering voor unieke zaken geldt maar voor een handvol eerste delen, zoals zon (zonnestraal), maan (maneschijn), hel (hellevuur) en koningin (Koninginnedag). Vóór 1995 hing de tussen-n af van de betekenis: dacht je aan een meervoud, dan schreef je -en-. Die betekenisregel bleek in de praktijk onwerkbaar en is vervangen door de meervoudsregel.

De tussen-s

Voor de tussen-s geldt een eenvoudiger regel: je schrijft een s als je die in de standaarduitspraak hoort, en anders niet. Dus stationsweg, levensmoe, oorlogsjaren en dorpsstraat, maar stadhuis en zeilboot. Hier is geen meervoudsregel of betekenisregel bij betrokken; bij twijfel geeft de Woordenlijst uitsluitsel.

Samen of los: veelal, tenminste, allebei

Veel twijfel gaat over aaneenschrijven. Bijwoorden als veelal (‘meestal’), allebei en tevens schrijf je aan elkaar. Soms hangt het van de betekenis af: tenminste (‘althans’) tegenover ten minste (‘minimaal’).

D of t: de werkwoordspelling

De d/t-regels zijn het bekendste struikelblok van de Nederlandse spelling, ook voor moedertaalsprekers. De reden is dat de spelling hier niet de uitspraak volgt maar het principe van gelijkvormigheid: ik word en hij wordt klinken precies hetzelfde. Je moet dus redeneren in plaats van luisteren.

Tegenwoordige tijd

Begin bij de stam (het hele werkwoord min -en): worden → word. Bij ik schrijf je de stam: ik word. Bij hij, zij, het en bij jij (als jij vóór het werkwoord staat) komt er een t bij: hij wordt, jij wordt. Staat jij of je achter het werkwoord, dan vervalt de t: word jij. Eindigt de stam al op een t, dan komt er geen tweede bij: hij zet.

Verleden tijd en voltooid deelwoord: ’t kofschip

Bij zwakke werkwoorden kijk je naar de laatste letter van de stam. Is dat een van de medeklinkers uit ’t kofschip (t, k, f, s, ch, p), dan krijgt de verleden tijd -te en het voltooid deelwoord een -t. Anders wordt het -de en -d. Wie ook de x wil onthouden, gebruikt ’t ex-kofschip of ’t sexy fokschaap; een andere bekende ezelsbrug (zonder x) is soft ketchup.

Hele werkwoordStamVerleden tijdVoltooid deelwoord
werkenwerkwerktegewerkt
fietsenfietsfietstegefietst
faxenfaxfaxtegefaxt
bellenbelbeldegebeld
verhuizenverhuis (van verhuiz-)verhuisdeverhuisd
levenleef (van lev-)leefdegeleefd
antwoordenantwoordantwoorddegeantwoord

Let op: bij verhuizen en leven telt de oorspronkelijke medeklinker (z, v), niet de s of f die je in de stam schrijft. Daarom verhuisd en geleefd. Datzelfde verklaart beduusd: dat woord is historisch het voltooid deelwoord van het oude werkwoord beduizen (‘bedwelmen’), met een stam op z. Beduust is dus fout. Sterke werkwoorden vallen buiten ’t kofschip: zij veranderen van klinker (zingen, zong, gezongen). Meer over werkwoorden staat op de pagina grammatica.

Uitgebreider, met inversie, Engelse werkwoorden en een tabel met veelgemaakte fouten: werkwoordspelling: d, t of dt.

Andere belangrijke regels

Apostrof

De apostrof wordt onder meer gebruikt voor een meervouds- of bezits-s achter een woord dat eindigt op een lange klinker a, i, o, u of y (opa's, baby's), bij weggelaten letters ('n, 't, 's ochtends) en bij afgekorte jaartallen (de jaren '30).

Trema en koppelteken

Een trema wordt gezet op een klinker die anders met de voorgaande klinker samen gelezen zou worden: geënt, reëel, geëxalteerd. In samenstellingen wordt in plaats daarvan een koppelteken gebruikt: zee-eend, auto-ongeluk, na-apen. Bij samenstellingen met cijfers of afkortingen is een koppelteken verplicht: 21e-eeuws, A4-formaat.

Hoofdletters

Hoofdletters worden gebruikt voor eigennamen en aardrijkskundige namen, voor feestdagen (Pasen, Kerstmis) en voor afleidingen van namen (Parijzenaar, Bourgondisch). Talennamen krijgen een hoofdletter (Nederlands, Fries, Engels). Namen van godsdiensten en stromingen krijgen een kleine letter (christendom, islam, boeddhisme), de namen van heilige boeken een hoofdletter (de Bijbel, de Koran).

Afkortingen en letterwoorden

Letterwoorden die een naam zijn, schrijf je met hoofdletters (NAVO, EU, VN); andere letterwoorden met kleine letters (tv, pc, wc, havo). Sommige letterwoorden zijn gewone woorden geworden en worden niet meer als afkorting herkend (laser, radar).

Groene Boekje en Witte Boekje

Het Groene Boekje is de bijnaam van de officiële Woordenlijst Nederlandse Taal, genoemd naar de kleur van de omslag. De eerste uitgave onder die naam verscheen in 1954; latere edities volgden in 1995, 2005 en 2015. Het boekje bevat de spellingregels (de Leidraad) en een lijst met de officiële schrijfwijze van woorden, met onder meer meervouden, werkwoordsvormen en het lidwoord.

Het Witte Boekje is de bijnaam van de Spellingwijzer Onze Taal van het Genootschap Onze Taal. De eerste versie verscheen in 1998 en volgde de officiële regels, maar koos waar de regels ruimte lieten soms een andere vorm. Na de spellingwijziging van 2005 weigerden onder meer de Volkskrant, Trouw, NRC en de NOS het nieuwe Groene Boekje te volgen. In samenwerking met Onze Taal verscheen in 2006 een nieuw Witte Boekje met deze zogeheten Witte Spelling, die op punten als de tussen-n (pannekoek) bewust afweek van de officiële spelling.

Die breuk is inmiddels grotendeels hersteld. Trouw stapte in 2021 over op de Groene spelling, de NOS in 2023 en de Volkskrant in 2024. Voor overheid en onderwijs is alleen het Groene Boekje ooit geldig geweest.

Meer over de edities, woordenlijst.org en de nieuwe editie van 2026: het Groene Boekje.

Woordenlijst.org

De officiële woordenlijst is gratis online te raadplegen op woordenlijst.org. De site wordt in opdracht van de Taalunie onderhouden door het Instituut voor de Nederlandse Taal. Nieuwe woorden worden er tussentijds aan toegevoegd, waardoor de online lijst uitgebreider en actueler is dan de laatste papieren uitgave. Bij elk woord staan de officiële spelling, en waar van toepassing het lidwoord, het meervoud en de werkwoordsvormen. Ook de volledige Leidraad met de spellingregels staat online. Zie verder de Taaluniepagina.

Voor twijfelgevallen die niet alleen over spelling gaan, is er taaladvies.net, de taaladviessite van de Taalunie, en de taaladviesdienst van het Genootschap Onze Taal. Voor de herkomst van woorden is etymologiebank.nl een goed startpunt; zie ook onze pagina over woordenschat.

Geschiedenis van de Nederlandse spelling: tijdlijn

De huidige spelling is het resultaat van ruim twee eeuwen officiële regelingen, voorafgegaan door eeuwen van vrijere schrijfgewoonten. Voor de bredere context, zie de geschiedenis van het Nederlands.

JaarGebeurtenisToelichting
1584Twe-spraack vande Nederduitsche letterkunstEerste gedrukte grammatica van het Nederlands, met een pleidooi voor eenheid en gelijkvormigheid in de spelling. Nog geen officiële regeling.
1804Spelling-SiegenbeekEerste officiële spelling, door Matthijs Siegenbeek in opdracht van de regering van de Bataafse Republiek.
1863–1866De Vries en Te WinkelDe grondbeginselen der Nederlandsche spelling (1863) en de Woordenlijst (1866), ontworpen voor het Woordenboek der Nederlandsche Taal.
1864 / 1883Invoering De Vries en Te WinkelOfficieel in België in 1864, in Nederland in 1883. Voor het eerst één spelling in het hele taalgebied.
1891Voorstellen van KollewijnR.A. Kollewijn publiceert Onze lastige spelling, een pleidooi voor een eenvoudiger spelling die dichter bij de uitspraak staat.
1934Spelling-MarchantMinister Marchant voert in het Nederlandse onderwijs een groot deel van Kollewijns voorstellen in: onder meer mens in plaats van mensch en lopen in plaats van loopen. België volgt niet.
1946 / 1947Gemeenschappelijke spellingEen Belgisch-Nederlandse commissie herziet de spelling; wettelijk vastgelegd in België in 1946 en in Nederland in 1947.
1954Eerste Groene BoekjeDe Woordenlijst van de Nederlandse taal legt de spelling van 1946/1947 woord voor woord vast. Voor bastaardwoorden bestaan een voorkeurspelling en een toegelaten spelling naast elkaar.
1980Nederlandse TaalunieNederland en België sluiten het Taalunieverdrag; de spelling wordt voortaan gezamenlijk vastgesteld.
1995Tweede Groene BoekjeNieuwe tussen-n-regel (pannenkoek) en één vaste schrijfwijze voor bastaardwoorden. Officieel ingevoerd in 1996.
2005Derde Groene BoekjeAanpassing van onder meer de tussen-n (paardenbloem). Spellingwet 2005; de nieuwe spelling geldt vanaf 1 augustus 2006.
2015Vierde Groene BoekjeGeen nieuwe spellingregels, wel een geactualiseerde woordenlijst.

De huidige spelling dateert dus in de kern van 2005, met als laatste regelwijziging de invoering op 1 augustus 2006. Sindsdien verandert vooral de woordenlijst: nieuwe woorden worden toegevoegd volgens de bestaande regels.

Het volledige verhaal, van Joos Lambrecht (1550) tot de herziening van 2005, staat op de pagina geschiedenis van de Nederlandse spelling.

Vereenvoudigde spelling

Bijna elke spellinghervorming is een vereenvoudiging geweest. De grootste stap was de spelling-Marchant van 1934, die voortkwam uit de beweging rond Kollewijn: weg met de sch in visch en mensch, weg met de dubbele klinkers in open lettergrepen (loopen werd lopen), en minder aandacht voor naamvalsuitgangen die in de spreektaal al lang verdwenen waren. Oudere woorden als Nederlandsche herinneren nog aan de spelling van daarvoor.

Na 1954 bleef de roep om vereenvoudiging bestaan, vooral voor bastaardwoorden (c of k, ph of f). Voorstellen voor een verregaande ‘progressieve’ spelling haalden het niet; in 1995 werd de dubbele spelling van leenwoorden juist afgeschaft. Wie Nederlands leert, merkt dat de spelling nog altijd redelijk dicht bij de uitspraak staat; zie Nederlands leren.

Spelling van eigennamen

De officiële spellingregels gelden niet voor persoonsnamen. Een naam wordt geschreven zoals die officieel geregistreerd is, ook als die afwijkt van de gewone regels: accenten, oude schrijfwijzen als ae, y of ck en afwijkende hoofdletters blijven staan. Zo wordt de naam van koningin Máxima met accent geschreven. Voor merknamen geldt hetzelfde: de eigenaar bepaalt de schrijfwijze. Wel geeft de Leidraad regels voor afleidingen van namen en voor het gebruik van hoofdletters.

Veelgestelde vragen

Wie bepaalt de officiële spelling van het Nederlands?

De Nederlandse Taalunie, de verdragsorganisatie van Nederland en Vlaanderen (België), met Suriname als geassocieerd lid. Het Comité van Ministers stelt de regels en de woordenlijst vast; het Instituut voor de Nederlandse Taal stelt de Woordenlijst samen en beheert woordenlijst.org.

Waarom bestaat er een officiële spelling?

Voor eenheid in het hele taalgebied, voor een vast houvast in het onderwijs en voor eenduidige teksten van de overheid. De officiële spelling is daarom verplicht voor overheid en onderwijs; voor anderen is ze een vrijwillige, maar vrijwel algemeen gevolgde norm.

Wat is het basisprincipe van de Nederlandse spelling?

Het basisprincipe is de standaarduitspraak: je schrijft de klanken die je hoort in de verzorgde uitspraak van een woord. Dat principe wordt aangevuld door de gelijkvormigheid (hond met een d vanwege honden) en de etymologie (de b in ambtenaar, ei of ij).

Welke kleur heeft het boekje met de officiële spelling?

Groen. De officiële Woordenlijst Nederlandse Taal heet daarom in de volksmond het Groene Boekje. Het Witte Boekje is de spellingwijzer van het Genootschap Onze Taal en is niet officieel.

Wat is het verschil tussen het Groene Boekje en het Witte Boekje?

Het Groene Boekje is de officiële woordenlijst van de Taalunie. Het Witte Boekje (Spellingwijzer Onze Taal) verscheen voor het eerst in 1998; na de spellingwijziging van 2005 week de uitgave van 2006 op punten als de tussen-n bewust af. De meeste media die de Witte Spelling volgden, zijn inmiddels overgestapt op de officiële spelling.

Is het dennenbomen of dennebomen?

Dennenbomen. Het meervoud van den is dennen, en een zelfstandig naamwoord met alleen een meervoud op -en krijgt in samenstellingen een tussen-n. Hetzelfde geldt voor pannenkoek en kippenei.

Is het veelal of veel al?

Veelal, aan elkaar, in de betekenis ‘meestal’ of ‘vaak’.

Wanneer is de spelling voor het laatst aangepast?

De laatste wijziging van de spellingregels is die van 2005, ingevoerd op 1 augustus 2006. Het Groene Boekje van 2015 bracht geen nieuwe regels, alleen een geactualiseerde woordenlijst. Daarvoor waren er herzieningen in 1995, 1954 en 1946/1947.

Is het beduusd of beduust?

Beduusd. Het woord is oorspronkelijk het voltooid deelwoord van het oude werkwoord beduizen, met een stam op z. Die medeklinker staat niet in ’t kofschip, dus eindigt het deelwoord op een d, net als verhuisd.