§ 16 · Cultuur · Literatuur
Nederlandstalige literatuur.
Van de dertiende-eeuwse Brabantse mystica Hadewijch tot de Internationale Bookerprijs van Marieke Lucas Rijneveld in 2020. Zeven eeuwen proza en poëzie uit Nederland, Vlaanderen en Suriname, in één chronologisch overzicht.
Middeleeuwen
De Middelnederlandse literatuur begint in de dertiende eeuw met Hadewijch (ca. 1220–1260), een Brabantse mystica van wie Strofische Gedichten, Visioenen, Brieven en Mengeldichten zijn overgeleverd — een van de vroegste en meest invloedrijke vrouwelijke stemmen van de West-Europese literatuur. In dezelfde eeuw schrijft Willem (van wie verder weinig bekend is) Van den vos Reynaerde, een satirisch dierdicht dat sindsdien onafgebroken een plaats in het curriculum heeft behouden.
In de veertiende eeuw volgt Jan van Ruusbroec (1293–1381), prior in het Zoniënwoud, wiens mystieke verhandelingen als Die chierheit der gheesteleker brulocht tot ver buiten de Nederlanden doorwerken. Populair zijn de anonieme werken Beatrijs, Karel ende Elegast en Mariken van Nieumeghen — het laatste al zestiende-eeuws, maar stilistisch doorgaand met de middeleeuwse traditie. De taal van deze werken is Middelnederlands; zie voor de taalkundige context geschiedenis.
Rederijkers
In de vijftiende en zestiende eeuw organiseert de literaire productie zich rond rederijkerskamers: stedelijke broederschappen die poëziewedstrijden, processieteksten en toneelstukken verzorgen. Antwerpen, Brussel, Amsterdam en Gent hebben elk hun eigen kamer met motto en blazoen. Beroemde rederijkersspelen zijn Elckerlijc (ca. 1485, vermoedelijk Mechelen) en de spelen van sinne die op het grote Rederijkersfestival van Antwerpen in 1561 werden opgevoerd.
Gouden Eeuw
De zeventiende-eeuwse Nederlandse literatuur ontwikkelt zich in de Republiek tot een hoogtepunt van West-Europese dimensie.
- Joost van den Vondel (1587–1679)
- Dichter en toneelschrijver; hoofdwerken Gysbreght van Aemstel (1637, openingsstuk van de Amsterdamse Schouwburg), Lucifer (1654), Adam in Ballingschap (1664), een indrukwekkend oeuvre aan vertalingen van Vergilius en Ovidius, en een reeks politieke gedichten.
- Pieter Corneliszoon Hooft (1581–1647)
- Drost van Muiden, centrum van de Muiderkring. Historicus (Nederlandsche Historien, 1642–1647) en dichter (Baeto, 1626; sonnetten). Zijn proza legde de stijlmatige grondslag voor het literaire Nederlands van de eeuw.
- Gerbrand Adriaenszoon Bredero (1585–1618)
- Amsterdams toneelschrijver; Spaanschen Brabander (1617) is een van de scherpste stadskomedies van de Europese renaissance.
- Jacob Cats (1577–1660)
- Zeer gelezen moralistisch dichter; zijn volksspreuken circuleerden decennialang in elk Nederlands huishouden.
- Constantijn Huygens (1596–1687)
- Veelzijdig diplomaat, musicus en dichter; Hofwijck (1653) over zijn gelijknamige buiten.
Zie ook de geschiedenis van het Nederlands, waarin de Statenvertaling (1637) als standaardiserende tekst wordt behandeld.
Achttiende eeuw
Cultureel verliest Nederland in de achttiende eeuw aan dominantie ten opzichte van Frankrijk, maar literair gebeurt er degelijk werk. Betje Wolff (1738–1804) en Aagje Deken (1741–1804) publiceren in 1782 de eerste Nederlandse roman in brieven: Historie van mejuffrouw Sara Burgerhart. Het boek is een Europese bestseller. Hiërom heen draait de literatuur van de Verlichting, met predikant-moralisten en het genre van de spectator-tijdschriften (De Hollandsche Spectator, De Patriot).
Negentiende eeuw
De negentiende eeuw brengt de roman als dominant genre in de Lage Landen. Multatuli, pseudoniem van Eduard Douwes Dekker (1820–1887), schrijft in 1860 Max Havelaar, of de koffij-veilingen der Nederlandsche Handel-Maatschappy: een aanklacht tegen het koloniaal bestuur in Nederlands-Indië die tegelijk een formeel revolutionaire roman is. Een verplicht boek in het onderwijs tot op heden.
In 1889 verschijnt Louis Couperus (1863–1923) met Eline Vere, een Haagse-salonroman die de gepsychologiseerde novellistiek in Nederland op gang brengt. Latere werken: De boeken der kleine zielen (1901–1903), De stille kracht (1900). Couperus schreef daarnaast historische romans over de Romeinse keizertijd en reisverhalen.
Tachtigers
De Beweging van Tachtig is een Nederlandse literaire vernieuwing rond het tijdschrift De Nieuwe Gids (opgericht 1885). Kernfiguren: Willem Kloos (1859–1938, sonnettendichter), Herman Gorter (1864–1927, Mei, 1889), Frederik van Eeden (1860–1932, Van de koele meren des doods, 1900), Albert Verwey (1865–1937) en Lodewijk van Deyssel (pseudoniem van K.J.L. Alberdingk Thijm, 1864–1952). Zij braken met de predikant-moraliserende literatuur van hun voorgangers en eisten „individueelste expressie van de individueelste emotie“ (Kloos).
Interbellum
In de eerste helft van de twintigste eeuw ontwikkelt zich een stevige modernistische generatie.
- Paul van Ostaijen (1896–1928), Vlaams expressionistisch dichter; Bezette stad (1921), Nagelaten gedichten (1928).
- Martinus Nijhoff (1894–1953); Awater (1934), Het uur U.
- Nescio (pseudoniem van J.H.F. Grönloh, 1882–1961); De uitvreter, Titaantjes, Dichtertje (samen in één bundel uit 1933).
- Willem Elsschot (1882–1960); Antwerps romancier van schrale, ironische stijl; Lijmen (1924), Kaas (1933), Het dwaallicht (1946).
- Louis Couperus blijft in deze periode actief tot zijn dood in 1923.
- Menno ter Braak (1902–1940) en Eddy du Perron (1899–1940) als essayisten rond het tijdschrift Forum (opgericht 1932).
Naoorlogs
De naoorlogse periode wordt in het Nederlandse deel vaak beschreven als de generatie van de Grote Drie:
- Willem Frederik Hermans (1921–1995)
- De tranen der acacia's (1949), De donkere kamer van Damokles (1958), Nooit meer slapen (1966). Koelbloedig pessimistisch, filosofisch onderlegd.
- Harry Mulisch (1927–2010)
- Het stenen bruidsbed (1959), De ontdekking van de hemel (1992), De aanslag (1982). Dramatisch, historisch geïnformeerd.
- Gerard Reve (1923–2006)
- De avonden (1947), Nader tot U (1966). Schreef in hoge, quasi-liturgische stijl; een van de stilistische vernieuwers van de twintigste eeuw.
In Vlaanderen is Hugo Claus (1929–2008) de dominante figuur. Zijn Het verdriet van België (1983) geldt als een van de belangrijkste Nederlandstalige romans van de twintigste eeuw. Ook Louis Paul Boon (1912–1979, De Kapellekensbaan), Jan Wolkers (1925–2007, Turks fruit) en Gerrit Krol (1934–2013) behoren tot deze generatie. Zie voor de Vlaamse kant Vlaanderen.
Contemporain
In de recente decennia groeit de lijst van Nederlandstalige schrijvers met internationale zichtbaarheid gestaag:
- Arnon Grunberg (1971); Blauwe maandagen (1994), Tirza (2006), columnist van de Volkskrant.
- Anna Enquist (1945); Het meesterstuk (1994), De ijsdragers (2002).
- Tom Lanoye (1958), Vlaams; Sprakeloos (2009), Kartonnen dozen (1991).
- Dimitri Verhulst (1972), Vlaams; De helaasheid der dingen (2006, Libris Literatuur Prijs), Godverdomse dagen op een godverdomse bol (2008).
- Ilja Leonard Pfeijffer (1968); La Superba (2013), Grand Hotel Europa (2018).
- Peter Terrin (1968), Vlaams; Post Mortem (2012, Libris Literatuur Prijs).
- Marieke Lucas Rijneveld (1991); De avond is ongemak (2018, in 2020 als The Discomfort of Evening bekroond met de International Booker Prize, in Michele Hutchisons vertaling; daarmee de eerste Nederlandstalige roman die deze prijs ontving). Rijneveld schreef ook de dichtbundels Kalfsvlies (2015) en Fantoommerrie (2019).
- Stefan Hertmans (1951), Vlaams; Oorlog en terpentijn (2013), De bekeerlinge (2016).
- Connie Palmen (1955); De wetten (1991), Jij zegt het (2015).
- Herman Koch (1953); Het diner (2009), internationaal vertaald.
Surinaamse literatuur
Nederlandstalige Surinaamse literatuur heeft vandaag een gevestigde plaats in de canon. Hoofdfiguren zijn opgesomd in de Suriname-pagina; de belangrijkste prijs voor deze generatie was de P.C. Hooftprijs voor Astrid Roemer in 2016 — de eerste keer dat de prijs buiten Nederland en België werd toegekend.
Canon en DBNL
De Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (DBNL) — beheerd door de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag in samenwerking met de Taalunie — stelt een zeer groot deel van de Nederlandstalige literaire canon digitaal beschikbaar. Via dbnl.org zijn teksten van middeleeuwse tot moderne auteurs integraal leesbaar, inclusief wetenschappelijke editie en zoekfuncties. De Nederlandse en Vlaamse gezamenlijke canon bestaat niet als officieel document, maar wordt functioneel gerepresenteerd door de DBNL en door onderwijscommissies (de Nederlandse Canon van de Nederlandse Literatuur, de Vlaamse lijst).
Grote prijzen
De voornaamste literaire prijzen van het Nederlandse taalgebied:
- P.C. Hooftprijs (sinds 1947) — oeuvreprijs, toegekend door de Nederlandse overheid. Afwisselend voor poëzie, proza en essay.
- Libris Literatuur Prijs (sinds 1994) — jaarlijks, voor een Nederlandstalige roman. Laureaat 2020: Sholeh Rezazadeh voor De hemel is altijd paars; Rijneveld voor Mijn lieve gunsteling (2022).
- Boekenbon Literatuurprijs (voorheen AKO) — jaarlijks.
- Boonprijs — gezamenlijk geïnitieerd door Vlaanderen en Nederland, 2018; ter herinnering aan Louis Paul Boon; uitgereikt in vier categorieën (literatuur, non-fictie, kinderboek, stripverhaal).
- Gouden Boekenuil / Fintro — Vlaamse publieksprijs.
- Bronzen Uil — Vlaamse debuutprijs.
- Anna Bijns Prijs — oeuvreprijs voor vrouwelijke schrijvers.
- Prijs der Nederlandse Letteren (driejaarlijks) — gezamenlijke prijs van Nederland en Vlaanderen; in 2024 laatstelijk uitgereikt.
Zie voor de bredere institutionele context de Taaluniepagina. Voor de verhouding tot de Afrikaanse literatuur Afrikaans.
Verder lezen
I
Geschiedenis
De taalkundige context waarin deze literaire periodes zich ontwikkelden.
Naar de geschiedenisII
Vlaanderen
De Zuid-Nederlandse literatuur met Claus, Boon, Lanoye, Verhulst, Terrin.
Naar VlaanderenIII
Suriname
Helman, Vianen, Roemer, Amatmoekrim en de Surinaamse literaire traditie.
Naar Suriname