§ 02 · Regio's · Pilaar

De Nederlandstalige wereld.

Nederlands is de officiële taal in zeven landen of landsdelen, gespreid over drie continenten — van de Waddenkust tot de Surinaamse binnenlanden en van de Schelde tot de zuidelijke Caraïben. Daarnaast leeft in Zuid-Afrika een zelfstandige dochtertaal voort.

Sprekers
± 25 mln moedertaalsprekers
Officiële regio's
7 (3 continenten)
Koninkrijk der Nederlanden
4 landen (NL, Aruba, Curaçao, Sint Maarten)
Taalunieleden
NL · BE · SR (geassocieerd)

Europa: Nederland, Vlaanderen, Brussel

Het zwaartepunt van het Nederlandstalige gebied ligt in de delta van Rijn, Maas en Schelde. In Nederland wonen ongeveer 17,9 miljoen mensen; de standaardtaal is daar Nederlands, met het Fries als tweede rijkstaal in de provincie Friesland (officieel Fryslân) en met officieel erkende streektalen Nedersaksisch (sinds 1996) en Limburgs (sinds 1997) onder het Europees Handvest. Zie de uitgebreide behandeling op de Nederland-pagina.

In België is Nederlands de enige officiële taal van het Vlaams Gewest (de provincies West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Antwerpen, Vlaams-Brabant en Limburg), waar ongeveer 6,6 miljoen mensen wonen. In het tweetalige Brussels Hoofdstedelijk Gewest is Nederlands officieel naast het Frans, hoewel het Frans er in het dagelijks leven overheerst; de schatting voor het aantal Nederlandstaligen in Brussel loopt uiteen, afhankelijk van definitie, van 100.000 tot ruim 200.000. In totaal wordt in Vlaanderen en Brussel door ongeveer 6,8 miljoen mensen Nederlands als moedertaal gesproken.

Tussen de twee gebieden liep vroeger een gesloten dialectcontinuüm — Hollands, Brabants, Limburgs, Vlaams lopen dwars door de staatsgrens heen. De taalgrens in België, die het Nederlandstalige gebied van het Franstalige scheidt, werd in 1962 bij wet vastgelegd nadat hij een eeuw lang een politiek strijdpunt was geweest. In Frankrijk, in het arrondissement Duinkerke (departement Nord), leeft het Frans-Vlaamse dialect Vlaemsch nog als thuistaal bij enkele duizenden meest oudere sprekers.

De standaardtaal is in Nederland en Vlaanderen in grote mate convergent, mede dankzij gedeelde omroepen op internet en dankzij de Nederlandse Taalunie, maar blijft hoorbaar onderscheiden: de Vlaamse uitspraak is doorgaans zachter, de Nederlandse intonatie vlakker. Lexicaal heeft het Vlaams een eigen laag (goesting, camion, duimspijker), grammaticaal kent het bijvoorbeeld nog het persoonlijk voornaamwoord gij waar Nederland jij of u gebruikt.

Zuid-Amerika: Suriname

Suriname, op de noordoostkust van Zuid-Amerika, is het enige land buiten Europa waar Nederlands de officiële voertaal van bestuur, onderwijs en rechtspraak is. De bevolking bedraagt ongeveer 620.000 mensen, op een grondgebied van bijna 164.000 km² — tweemaal zo groot als Nederland zelf. Suriname werd in 1975 onafhankelijk van Nederland en hield, ondanks politieke spanningen in de eerste decennia, het Nederlands als landstaal aan.

Taalkundig is Suriname een uitzonderlijk geval. Het is meertalig tot in de huiskamer: naast het Nederlands wordt het Sranantongo (een op het Engels gebaseerde creooltaal) als lingua franca gebruikt, spreken veel inwoners van Hindoestaanse afkomst Sarnami-Hindoestani, delen van de bevolking Surinaams-Javaans, de Marrongemeenschappen Saramakaans, Aucaans en Paramakaans, en de inheemse bevolking onder andere Sranan-Karaïbs en Tiriyó. Ook Chinees (Hakka en Mandarijn) en Engels zijn wijdverbreid.

Suriname is sinds 2004 geassocieerd lid van de Nederlandse Taalunie, en heeft sinds 2023 een uitgebreide associatieovereenkomst die de inbreng bij spelling- en terminologiebesluiten formaliseert. Binnen de Surinaamse standaardtaal heeft zich een eigen variant ontwikkeld — het Surinaams-Nederlands — met lexicale specificiteit (bakra voor witte, houdoe, plakkaat voor advertentie) en een iets andere uitspraak. Zie verder de pagina over Suriname.

Caribisch gebied: van ABC tot SSS

In het Caribisch gebied is de Nederlandstalige situatie geografisch en staatkundig complex. Sinds de staatkundige hervorming van 10 oktober 2010 bestaat het Koninkrijk der Nederlanden uit vier landen: Nederland (inclusief Bonaire, Saba en Sint Eustatius als bijzondere gemeenten), Aruba, Curaçao en Sint Maarten. De oude Nederlandse Antillen zijn daarmee opgeheven.

Aruba (± 110.000 inwoners) en Curaçao (± 150.000) hebben het Papiaments als dagelijkse omgangstaal; op Curaçao heet die taal Papiamentu, op Aruba Papiamento. Het Nederlands is er officieel en functioneert vooral als bestuurstaal en als taal van het hoger onderwijs. Op de Bovenwindse Sint Maarten (± 40.000), dat het eiland deelt met het Franse Saint-Martin, is Engels de feitelijke omgangstaal; Nederlands is officieel naast Engels. Een uitgebreide behandeling staat op de gezamenlijke pagina.

Het Caribisch Nederland bestaat uit Bonaire (± 22.000), Saba (± 2.000) en Sint Eustatius (± 3.200). Sinds 2010 zijn deze eilanden bijzondere gemeenten van Nederland; ze vallen niet onder het Europese deel van de EU, hebben een eigen BES-wetgeving en gebruiken de Amerikaanse dollar als wettig betaalmiddel. Het Nederlands is er officieel; Bonaire gebruikt daarnaast Papiaments, Saba en Sint Eustatius Engels. Zie Caribisch Nederland.

Bijzondere gevallen

Naast de zes officiële regio's verdienen enkele bijzondere gevallen vermelding.

Afrikaans

In Zuid-Afrika en Namibië wordt Afrikaans gesproken, een in de zeventiende eeuw uit zuidelijk Nederlands ontstane taal. Sinds 1925 wordt het Afrikaans als zelfstandige taal erkend — niet als dialect van het Nederlands. Het aantal moedertaalsprekers bedraagt ongeveer zeven miljoen. Er is geen Taalunie-verband, maar de culturele en literaire banden zijn nauw. Zie de pagina over Afrikaans.

Indonesië

Indonesië was van 1816 tot 1942 een Nederlandse kolonie. Nederlands fungeerde er als taal van bestuur en elite-onderwijs; de eerste Indonesische nationalisten schreven er hun manifesten in. Na de onafhankelijkheidsoorlog (1945–1949) werd het Bahasa Indonesia tot nationale taal verheven. Vandaag de dag is Nederlands in Indonesië vooral nog bronentaal voor historici en juristen — veel Indonesische wetgeving wortelt in het Nederlands-Indische recht — en is de groep actieve sprekers vrijwel uitsluitend ouder dan tachtig.

Diasporagemeenschappen

Nederlandstalige diasporagemeenschappen bestaan in Canada (vooral Ontario en British Columbia, als gevolg van de emigratiegolven na 1945), in Australië (Victoria en New South Wales), in Nieuw-Zeeland, in de Verenigde Staten (Michigan, Iowa) en in Zuidelijk Afrika. Deze gemeenschappen houden het Nederlands meestal nog één of twee generaties aan en zijn daarna Engelstalig geworden, met hooguit enkele woorden die overleven (boss, cookie, yankee, afgeleid uit Nederlands baas, koekje, Jan Kees). Voor taalliefhebbers zijn organisaties actief die het onderwijs en de culturele uitwisseling levend houden; zie ook de leerpagina.