§ 11 · Regio · Vlaanderen
Vlaanderen en Brussel.
Ongeveer zes op de tien Belgen zijn Nederlandstalig, in het Vlaams Gewest en in het tweetalige Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Achter dat cijfer gaan twee eeuwen taalstrijd, een vastgelegde taalgrens en een voortdurende onderhandeling over de norm schuil.
Kort antwoord
In Vlaanderen is het Nederlands de enige officiële taal; „Vlaams“ is geen aparte taal maar de verzamelnaam voor het Nederlands zoals het in Vlaanderen gesproken wordt. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zijn Nederlands en Frans allebei officieel.
Ongeveer 60 procent van de Belgen is Nederlandstalig, zo'n 40 procent Franstalig en minder dan 1 procent Duitstalig. Dat zijn schattingen: sinds de taaltelling van 1947 houdt België geen officiële taaltelling meer.
Hoeveel Nederlandstaligen telt België?
België telde op 1 januari 2025 ruim 11,8 miljoen inwoners (Statbel). Het Vlaams Gewest bestaat uit vijf provincies — West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Antwerpen, Vlaams-Brabant en Limburg — met samen bijna 6,9 miljoen inwoners. Daarbij komt het Brussels Hoofdstedelijk Gewest met ruim 1,25 miljoen inwoners, waar het Nederlands officieel is naast het Frans.
Hoeveel Nederlandstaligen er precies zijn, is niet exact te zeggen. De tienjaarlijkse taaltelling werd in 1961 afgeschaft; de laatste telling die nog gebruikt werd, dateert van 1947. Gangbare schattingen komen uit op ongeveer 60 procent van de bevolking, of ruwweg 7 miljoen mensen. Dat aantal omvat de Vlaamse bevolking en de Nederlandstalige Brusselaars, en verschilt naargelang men moedertaal, thuistaal of taalkennis meet.
Drie landstalen
België kent drie officiële landstalen: het Nederlands, het Frans en het Duits. Het Duits is de taal van de Duitstalige Gemeenschap (Ostbelgien), negen gemeenten rond Eupen en Sankt Vith met ongeveer 79.500 inwoners (2024). Federale wetten worden in het Nederlands en het Frans aangenomen; daarnaast bestaat er een officiële Duitse vertaling. Sinds de staatshervormingen is het bestuur in hoge mate gedecentraliseerd naar gewesten en gemeenschappen.
Regionale talen of dialecten zijn in België niet erkend onder het Europees Handvest voor regionale talen of talen van minderheden: België heeft dat verdrag niet ondertekend. Zie over de Vlaamse dialecten de pagina dialecten.
De taalgrens van 1962–1963
De taalgrens tussen het Nederlandstalige en het Franstalige landsdeel werd met de taalwetten van 1962 en 1963 (de wetten-Gilson) definitief vastgelegd. Tot dan toe kon het taalstatuut van een gemeente veranderen op basis van de taalvragen in de volkstelling. Bij de vastlegging werden enkele gemeenten van provincie gewisseld: zo ging Voeren naar Limburg en gingen Komen-Waasten en Moeskroen naar Henegouwen.
In een aantal gemeenten gelden taalfaciliteiten voor anderstalige inwoners. Het bekendst zijn de zes faciliteitengemeenten rond Brussel (Drogenbos, Kraainem, Linkebeek, Sint-Genesius-Rode, Wemmel en Wezembeek-Oppem); daarnaast liggen er faciliteitengemeenten langs de taalgrens, zoals Voeren en Ronse. De faciliteiten blijven politiek omstreden.
Nederlands in Brussel
Brussel is historisch een Brabantse, Nederlandstalige stad die in de negentiende en twintigste eeuw sterk verfranste. Vandaag is het Brussels Hoofdstedelijk Gewest officieel tweetalig: overheidsdiensten zijn in het Nederlands en het Frans beschikbaar, en Nederlandstalige Brusselaars hebben eigen onderwijs- en cultuurinstellingen onder de Vlaamse Gemeenschap. De Nederlandstaligen vormen in Brussel een minderheid; in de dagelijkse praktijk is de stad bovendien sterk meertalig, met Frans als voornaamste omgangstaal en Engels en vele migrantentalen ernaast.
Taalstrijd in de negentiende eeuw
Het jonge België (1830) gaf aan het Frans een feitelijk overwicht: de grondwet verklaarde het gebruik van de talen vrij, maar in bestuur, hoger onderwijs en gerecht werd vrijwel uitsluitend Frans gebruikt. Voor de meerderheid van de Vlaamse bevolking — die overwegend dialect sprak — bleef de toegang tot rechtspraak en hoger onderwijs grotendeels afgesloten. De zaak-Coucke en Goethals (1860), waarbij twee Vlaamse arbeiders werden terechtgesteld na een proces in het Frans dat zij niet begrepen, werd een ankerpunt van de Vlaamse Beweging.
In 1898 kwam de Gelijkheidswet (de wet-Coremans-De Vriendt) tot stand, die bepaalde dat wetten in het Nederlands en het Frans worden gestemd en afgekondigd. In de jaren 1920–1930 volgden taalwetten voor bestuur, onderwijs en gerecht. In 1930 werd de universiteit van Gent Nederlandstalig; in 1968 volgde de splitsing van de Katholieke Universiteit Leuven, na protesten onder de slogan „Leuven Vlaams“, waarna de Franstalige universiteit naar Louvain-la-Neuve verhuisde. Meer in geschiedenis.
Federalisering
België is in zes staatshervormingen omgevormd van een unitaire staat tot een federaal systeem met gewesten (op geografische grondslag: Vlaams, Waals, Brussels) en gemeenschappen (op taalkundige grondslag: Vlaamse, Franse, Duitstalige).
- 1970
- Eerste staatshervorming onder premier Gaston Eyskens. Invoering van de cultuurgemeenschappen en een aanzet tot gewesten.
- 1980
- Tweede staatshervorming. Het Vlaamse en het Waalse Gewest krijgen eigen instellingen en bevoegdheden. In hetzelfde jaar wordt het Taalunieverdrag met Nederland getekend (Taalunie).
- 1988–1989
- Derde staatshervorming. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wordt opgericht met een eigen parlement.
- 1993
- Vierde staatshervorming (Sint-Michielsakkoord). België wordt formeel een federale staat; het Vlaams Parlement wordt vanaf 1995 rechtstreeks verkozen.
Latere hervormingen (2001 en 2011–2014) verschoven aanvullende bevoegdheden. Voor de taalpolitiek betekent het federale kader dat onderwijs, cultuur en media door de gemeenschappen worden geregeld — voor het Nederlands: door de Vlaamse Gemeenschap, met Brussel als hoofdstad.
Belgisch-Nederlandse woordenschat
Vlaanderen en Nederland delen één standaardtaal, en het Belgisch-Nederlands is daarbinnen een volwaardige, erkende variant. De verschillen met het Nederlandse Nederlands zijn vooral lexicaal en idiomatisch; grammaticaal zijn er enkele eigenheden (zie grammatica). Een selectie:
| Belgisch-Nederlands | Nederlands-Nederlands |
|---|---|
| camion | vrachtwagen |
| plezant | leuk |
| goesting | zin, trek |
| duimspijker | punaise |
| gsm | mobiel, mobieltje |
| pompelmoes | grapefruit |
| frigo | koelkast |
| botermelk | karnemelk |
| beenhouwer | slager |
| hesp | ham |
| schepen | wethouder |
| kot | studentenkamer |
| kuisen | schoonmaken |
| een tas koffie | een kop koffie |
Veel van deze woorden zijn in woordenboeken als Belgisch-Nederlands gemarkeerd; ze zijn in België gewone standaardtaal, ook in kranten en officiële teksten. Zie voor de bredere context woordenschat.
Gij, ge en jij
Een van de hoorbaarste verschillen tussen Vlaanderen en Nederland is de aanspreekvorm. In grote delen van Vlaanderen (en in Noord-Brabant en Limburg) gebruiken sprekers in de omgangstaal gij en de onbeklemtoonde vorm ge (ge komt toch ook?, zijt gij dat?), met u en uw als voorwerps- en bezittelijke vorm. Het Nederlandse Nederlands gebruikt jij/je.
Gij is de oudere vorm: het was eeuwenlang ook in het Noorden de gewone schrijftaalvorm (onder meer in de Statenvertaling), terwijl jij zich vanuit het Hollands verspreidde. In de Vlaamse standaardtaal wordt gij meestal vermeden; daar kiest men voor jij/je of, vaker dan in Nederland, voor de beleefdheidsvorm u. In de tussentaal is ge/gij juist de norm.
Tussentaal / Verkavelingsvlaams
Naast de standaardtaal functioneert in Vlaanderen een register dat zich van het oorspronkelijke dialect én van de standaardtaal onderscheidt: de tussentaal. De schrijver Geert van Istendael noemde het in 1989, in Het Belgisch labyrint, spottend Verkavelingsvlaams. Kenmerken zijn onder meer ge/gij, het lidwoord den voor mannelijke woorden (den bus), verkleinwoorden op -ke en het weglaten van de slot-t in woorden als da en wa. Tussentaal is in Vlaamse fictie (F.C. De Kampioenen, Thuis) en in de dagelijkse spreektaal alomtegenwoordig; het VRT-nieuws blijft standaardtalig. Zie ook dialecten en uitspraak.
Instituten
Voor het Nederlands in België zijn drie instellingen structureel.
- Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren (KANTL)
- Gevestigd in Gent en opgericht in 1886. Reikt literaire prijzen uit, doet onderzoek en geeft adviezen over taal en letteren.
- Nederlandse Taalunie
- België neemt via de Vlaamse Gemeenschap deel aan de Taalunie, samen met Nederland; Suriname is sinds 2004 geassocieerd lid. Zie Taalunie.
- VRT (Vlaamse Radio- en Televisieomroep)
- Openbare omroep van de Vlaamse Gemeenschap, met een eigen taaladviesdienst (VRT Taal) die richtlijnen geeft voor standaardtaal en uitspraak.
Schrijvers
De Vlaamse literatuur is onlosmakelijk verweven met de Nederlandstalige canon. Klassieke vertegenwoordigers: Guido Gezelle (1830–1899, West-Vlaams priester-dichter), Willem Elsschot (1882–1960, pseudoniem van Alfons De Ridder, Lijmen, Kaas, Het dwaallicht), Louis Paul Boon (1912–1979, De Kapellekensbaan, Zomer te Ter-Muren), Hugo Claus (1929–2008, Het verdriet van België, 1983), Tom Lanoye (1958, Sprakeloos), Dimitri Verhulst (1972, De helaasheid der dingen), Peter Terrin (1968, AKO Literatuurprijs 2012 voor Post mortem) en Stefan Hertmans (1951, Oorlog en terpentijn). Zie voor een uitgebreider overzicht literatuur.
Veelgestelde vragen
Welke taal spreekt men in Vlaanderen?
In Vlaanderen is het Nederlands de officiële taal. Vlaams is geen aparte taal, maar de gangbare naam voor het Nederlands zoals het in Vlaanderen gesproken wordt, inclusief de Vlaamse dialecten en de tussentaal.
Hoeveel procent van de Belgen spreekt Nederlands?
Naar schatting ongeveer 60 procent van de Belgen is Nederlandstalig, ruwweg 7 miljoen mensen. Een exact cijfer bestaat niet, omdat België sinds de taaltelling van 1947 geen officiële taaltelling meer houdt.
Wat zijn de officiële talen van België?
België heeft drie officiële talen: Nederlands, Frans en Duits. Vlaanderen is Nederlandstalig, Wallonië Franstalig (met een Duitstalig gebied in het oosten) en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is officieel tweetalig Nederlands-Frans.
Wanneer is de taalgrens in België vastgelegd?
De taalgrens werd vastgelegd met de taalwetten van 1962 en 1963. Sindsdien ligt het taalgebied van elke gemeente vast; in een aantal gemeenten gelden taalfaciliteiten voor anderstaligen.
Waarom zeggen Vlamingen gij in plaats van jij?
Gij (en de korte vorm ge) is de oudere aanspreekvorm die in het zuiden van het taalgebied in de omgangstaal bewaard is gebleven. In Holland verspreidde zich jij, dat de standaardvorm werd. In de Vlaamse standaardtaal gebruikt men meestal jij/je of u.
Verder lezen
I
Dialecten
West-Vlaams, Brabants, Limburgs, Oost-Vlaams: de dialectale onderlaag van Belgisch-Nederlands.
Naar de dialectenII
Literatuur
De Vlaamse canon, van Gezelle via Claus tot Lanoye en Terrin.
Naar de literatuurIII
Taalunie
De verdragsorganisatie waarin Vlaanderen sinds 1980 gelijkwaardig partner is.
Naar de Taalunie