§ 05 · Spelling · Geschiedenis

Vijf eeuwen spelling.

Waarom schreef je grootouder nog mensch en visch, en waarom is het sinds 2006 paardenbloem? De Nederlandse spelling is het resultaat van een lange reeks voorstellen, besluiten en compromissen tussen Noord en Zuid. Een overzicht van de belangrijkste stappen.

Kort antwoord

Het eerste Nederlandse spellingboek is de Néderlandsche spellijnghe van Joos Lambrecht (Gent, 1550). Een officiële spelling kwam er pas met Siegenbeek (1804) in het noorden. De spelling van De Vries en Te Winkel (1863–1866) werd in België (1864) en Nederland (1883) ingevoerd. Na de vereenvoudiging van Marchant (1934) en de gezamenlijke regeling van 1946/1947 volgde het eerste Groene Boekje (1954). De laatste herzieningen dateren van 1995 en 2005 (van kracht sinds 2006); sindsdien zijn de regels niet meer veranderd.

Middeleeuwen: schrijven zoals je spreekt

In de middeleeuwen bestond er geen standaardspelling. Schrijvers en kopiisten spelden naar hun eigen uitspraak en naar de gewoonten van hun stad of schrijfschool. Hetzelfde woord kon in één handschrift op meerdere manieren voorkomen. Lange klinkers werden vaak aangegeven met een extra letter, zoals de e in ae of de i in oi; sporen daarvan zie je nog in namen als Maes, Verstraeten en Oirschot. Zie ook de geschiedenis van het Nederlands.

1550–1700: de eerste spellingboeken

In de zestiende eeuw groeide met de boekdrukkunst de behoefte aan een eenvormige schrijfwijze. In 1550 verscheen in Gent de Néderlandsche spellijnghe van de drukker en schoolmeester Joos Lambrecht, het eerste boek over de spelling van het Nederlands. Lambrecht baseerde zich op de Gentse uitspraak en wilde dat elke klank met één vaste letter werd geschreven. Hij was ook een van de eersten die in een boektitel Nederlandsch gebruikte in plaats van het toen gangbare Nederduitsch.

Daarna volgden onder meer de Nederduitse orthographie van Pontus de Heuiter (1581) en de Twe-spraack vande Nederduitsche letterkunst (1584), uitgegeven door de Amsterdamse rederijkerskamer De Eglentier. Grote invloed op de schrijftaal had ook de Statenvertaling van de Bijbel (1637), al was die geen spellingregeling.

1804: Siegenbeek, de eerste officiële spelling

In 1801 vroeg de overheid van de Bataafse Republiek de Leidse hoogleraar Matthijs Siegenbeek om een uniforme spelling op te stellen. Zijn Verhandeling over de Nederduitsche spelling werd in 1804 officieel ingevoerd voor bestuur en onderwijs; in 1805 volgde een woordenboek. Tegelijk schreef Petrus Weiland een officiële spraakkunst. De Siegenbeekspelling bevatte vormen als mensch en visch en gold alleen in het noorden.

1844: een eigen spelling in België

In het zuiden, dat na 1830 bij België hoorde, bleef de spelling lang verdeeld. Op initiatief van onder meer Jan Frans Willems stelde een commissie een gemeenschappelijke spelling op, die in 1844 bij Koninklijk Besluit officieel werd: de zogeheten commissiespelling. Het was een eerste stap naar één spelling voor het hele taalgebied.

1863–1883: De Vries en Te Winkel

De echte eenmaking kwam met de taalkundigen Matthias de Vries en Lammert Allard te Winkel, die de spelling vastlegden voor het Woordenboek der Nederlandsche Taal. Te Winkel publiceerde in 1863 De grondbeginselen der Nederlandsche spelling; in 1866 volgde de Woordenlijst voor de spelling der Nederlandsche taal. België voerde deze spelling al op 21 november 1864 officieel in, Nederland pas op 1 januari 1883.

De spelling-De Vries en Te Winkel legde de principes vast die nog steeds gelden, zoals de beschaafde uitspraak als basis en het principe van gelijkvormigheid. Ze was ook conservatief: ze hield vast aan mensch, visch, loopen, zoo en aan naamvalsuitgangen als den man, die in de gesproken taal al lang verdwenen waren.

1891–1934: Kollewijn en Marchant

In 1891 publiceerde de leraar R.A. Kollewijn het stuk Onze lastige spelling, met voorstellen om de spelling te vereenvoudigen: mens in plaats van mensch, lopen in plaats van loopen, en weg met de naamvalsuitgangen. Een vereniging tot vereenvoudiging van de schrijftaal zette die strijd voort. Veel schrijvers en tijdschriften gingen de „spelling-Kollewijn“ gebruiken, maar officieel bleef ze lange tijd niet.

Op 1 september 1934 voerde de Nederlandse minister van Onderwijs Hendrik Marchant de meeste voorstellen van Kollewijn in voor het onderwijs: de spelling-Marchant. Sindsdien leerden Nederlandse kinderen mens, vis, lopen en zo.

1946/1947 en 1954: één spelling voor Noord en Zuid

Een Belgisch-Nederlandse commissie werkte vervolgens aan een gemeenschappelijke regeling op basis van de vereenvoudigde spelling. Die werd in 1946 in België en in 1947 in Nederland ingevoerd; in Nederland bij de Wet voorschriften schrijfwijze Nederlandsche taal. De bijbehorende woordenlijst verscheen in 1954: de Woordenlijst van de Nederlandse taal, het eerste Groene Boekje.

Het Groene Boekje van 1954 gaf voor veel bastaardwoorden twee vormen: een voorkeurspelling en een toegelaten spelling, vooral bij de keuze tussen c en k of qu en kw. In de praktijk leidde dat tot jarenlange verwarring: de ene krant gebruikte de voorkeurspelling, de andere de „progressieve“ spelling met meer k's.

1969: een te radicaal voorstel

Een nieuwe Belgisch-Nederlandse commissie, de commissie Pée-Wesselings, kreeg in 1964 de opdracht de spelling van de bastaardwoorden te regelen. Haar eindvoorstellen van 1969 gingen veel verder: naast een vernederlandste spelling van leenwoorden wilde ze ook uitgangen als -lijk en -isch veranderen (gevaarlik, Belgies). Na felle tegenstand werden de voorstellen niet ingevoerd.

1995: één spelling per woord

Sinds 1980 is de Nederlandse Taalunie bevoegd voor de spelling. Op basis van het werk van de spellingcommissie onder leiding van Guido Geerts (vanaf 1990) verscheen in 1995 een nieuwe Woordenlijst. De belangrijkste veranderingen: de toegelaten spelling verdween, zodat elk woord nog maar één officiële vorm had, en er kwamen nieuwe regels voor de tussen-n (pannenkoek in plaats van pannekoek). De nieuwe spelling ging in Nederland op 1 augustus 1996 en in Vlaanderen op 1 september 1996 in.

2005: de laatste herziening

De regels van 1995 bevatten nogal wat uitzonderingen bij de tussen-n. Bij de herziening van 2005 verdwenen de meeste daarvan: paardebloem werd paardenbloem. Het nieuwe Groene Boekje verscheen op 15 oktober 2005; de nieuwe spelling geldt sinds 1 augustus 2006. In Nederland werd in 2006 de Spellingwet van kracht, die de wet uit 1947 verving. Vlaanderen nam in 2006 een vergelijkbaar decreet aan.

De herziening was omstreden. Het Genootschap Onze Taal bracht in 2006 het Witte Boekje uit, dat meer vrijheid gaf, en een aantal kranten en omroepen volgde die „witte spelling“. Inmiddels zijn de meeste, waaronder Trouw, de NOS en de Volkskrant, teruggekeerd naar de officiële spelling.

Na 2005: nieuwe woorden, geen nieuwe regels

De Woordenlijst van 2015 voegde ongeveer 10.000 woorden toe, maar veranderde geen regels. De online lijst op woordenlijst.org wordt regelmatig aangevuld, en voor 2026 heeft de Taalunie een nieuwe, naar verwachting laatste gedrukte editie van het Groene Boekje aangekondigd — ook die zonder nieuwe spellingregels.

Over nieuwe vereenvoudigingen, zoals het afschaffen van de dt of van het onderscheid tussen ei en ij, wordt regelmatig gediscussieerd, maar er is geen spellinghervorming gepland. Berichten over een op handen zijnde nieuwe spelling zijn dan ook met reden te wantrouwen; de actuele stand van zaken staat altijd op de websites van de Taalunie en woordenlijst.org.

Tijdlijn in één tabel

JaarGebeurtenis
1550Joos Lambrecht, Néderlandsche spellijnghe (Gent)
1584Twe-spraack vande Nederduitsche letterkunst
1804Spelling-Siegenbeek officieel in het noorden
1844Commissiespelling officieel in België
1864 / 1883Spelling-De Vries en Te Winkel in België / Nederland
1891Kollewijn, Onze lastige spelling
1934Spelling-Marchant in het Nederlandse onderwijs
1946 / 1947Gemeenschappelijke spellingregeling in België / Nederland
1954Eerste Groene Boekje (voorkeur- en toegelaten spelling)
1969Voorstellen-Pée-Wesselings, niet ingevoerd
1980Taalunieverdrag: de Taalunie wordt bevoegd voor de spelling
1995Nieuwe Woordenlijst: één spelling per woord, nieuwe tussen-n-regels
2005 / 2006Laatste herziening, Spellingwet; Witte Boekje van Onze Taal
2015Nieuwe Woordenlijst, geen nieuwe regels
2026Aangekondigde laatste gedrukte editie van het Groene Boekje

Veelgestelde vragen

Wanneer is de Nederlandse spelling voor het laatst aangepast?

De laatste spellingherziening dateert van 2005 en geldt sinds 1 augustus 2006. Daarna zijn wel nieuwe woorden aan de Woordenlijst toegevoegd (onder meer in 2015), maar zijn de regels niet meer veranderd.

Wat was de spelling-Siegenbeek?

De eerste officiële spelling van het Nederlands, opgesteld door de Leidse hoogleraar Matthijs Siegenbeek en in 1804 ingevoerd in het noorden. Ze gebruikte onder meer vormen als mensch en visch en gold tot de invoering van de spelling-De Vries en Te Winkel in 1883.

Wat is de Nederlandsche spellijnghe?

De Néderlandsche spellijnghe van de Gentse drukker en schoolmeester Joos Lambrecht (1550) is het eerste boek over de spelling van het Nederlands. Lambrecht baseerde zich op de Gentse uitspraak.

Wanneer werd mensch mens?

De spelling mens in plaats van mensch werd in Nederland in 1934 in het onderwijs ingevoerd (spelling-Marchant, naar voorstellen van Kollewijn) en werd in 1946 in België en in 1947 in Nederland officieel.

Wat veranderde er in 1995 aan de spelling?

Sinds 1995 heeft elk woord nog maar één officiële spelling: de toegelaten spelling van 1954 verdween. Daarnaast kwamen er nieuwe regels voor de tussen-n, zoals pannenkoek in plaats van pannekoek.

Komt er een nieuwe spellinghervorming?

Nee, er is geen spellinghervorming gepland. Voor 2026 is wel een nieuwe gedrukte editie van het Groene Boekje aangekondigd, maar de spellingregels blijven daarin ongewijzigd.